Tour on Tandem, etappe 10 Macon – Bellegarde-Sur-Valserine 194,5 km

Het avondeten gisteren was niet in verhouding tot de inspanning die vandaag op het programma stond. Frieten met mayonaise en een koude lap vlees die heel erg leek op een schoenzool van Adidas en niet te vergeten, dit alles op een bedje van géén groenten. Pffft, we zijn nu niet moeilijk maar dit was allesbehalve wat we écht nodig hadden. Wekker roept om 5.30 u, na het ontbijt de bus op voor 40 km, we zitten al voor 8 u op de fiets. De eerste 75 km zijn vrij vlak, naar Tour normen dan toch, we rijden in één peleton, maar na 45 km rijd ik voor de tweede keer deze week lek, weeral de achterband.

Pascal maant de rest aan door te rijden, de eerste bevoorrading is vlakbij op km 50……dachten we. Snel een binnenband erin en hij zet ons uit de wind, naar de rest van de groep. Eén van de busjes die ons bevoorraad is verkeerd gereden, op km 50 niets te zijn, het duurt 15 km eer we de groep en het busje te zien krijgen. We hebben een serieuze ‘cartouche’ verschoten om bij te komen. Ik heb niet de beste benen vandaag, zou er dan toch iets van zijn dat een rustdag niet altijd betere benen geeft ? Doris heeft er minder last van. De klim die we als voorgerecht krijgen vandaag is niet echt lastig maar met mindere benen is elke klim lastig. we rijden gans laatst van onze bende, we zijn de rode lantaarn vandaag, en dan nog letterlijk want we moeten geregeld onze rode regenjas aantrekken, het weer is wisselvallig, beetje motregen, veel wolken, niet echt koud. Misschien goed want na de zeer korte middagstop staat een lastige klim ons op te wachten. De Col Du Grand Colombier, 17,4 km lang, gemiddeld 7,1 %. Dat valt ‘cijfermatig’ wel mee, maar er zijn een paar vlakke stukken in deze klim en die halen de gemiddelde stijging fel naar beneden. We rijden zeer onregelmatig naar boven, soms is het even vlak, soms zijn er km’s waar het geregeld 14% is.  Massa’s campers langs de kant, heel soms staat er eens geen camper. We hadden aan de voet van de klim elk één liter water, maar door ons niet echt flitsende tempo staan we halfweg de klim al ‘droog’. Eén camper is gedrapeerd is met een Vlaamse Leeuw, ik vraag ik of we wat water kunnen krijgen. Geen enkel probleem, een vriendelijk man uit Oostende vult ‘onzen bindong’ en perst er bovenop nog een have limoen in uit (!), dit was zijn geheim vertelde hij, uit de tijd dat hijzelf nog koerste, ‘da’s goe tegen de verzuring geeft hij nog mee’, maar als’t nu gaat ‘op’ zijn, dan is’t echt op hein’! . Met die wetenschap zetten we onze tocht verder. Het is wel plezant met al die mensen, we worden op de tandem meestal aangemoedigd en uit welk land dan ook, één mop is zeker en vast internationaal ; ‘hey, den achterste trapt niet mee zeh’, waarna de verteller zelf het hardst lacht om zijn eigen grap ! Meestal glimlachen we gewoon terug, maar op de steilere stukken, of tijdens een ‘minder’ moment kan die glimlach er niet vanaf, dan doen we of we niks gehoord hebben. Nog 2 km te gaan, we zijn bijna op de top. ‘Miljaar’ ik voel de tandem wiebelen, wéér plat vanachter !

Nu begint het wel te spannen, ik had maar twee reservebandjes mee, de laatste gaat nu gebruikt worden. Een geluk, de plaats waar ik mijn bandje vervang staat een Belgische camper, die man houd de tandem vast terwijl ik het wiel eruit neem, én hij heeft een voetpomp bij, dus da’s geluk hebben. Terwijl Doris voor een sanitaire stop een stukje Alpenweide opzoekt, vervang ik de band. Ik controleer de band op steentjes of een doorn, maar niets te vinden, ‘t moet gewoon pech zijn denk ik, er zit 100 km tussen de twee lekken banden vandaag.

We zijn snel terug op weg, en even later op de top, ik neem een foto van Doris bij het bord van  de col, en aan een Nederlander die een andere groep fietsers begeleid, vraag ik een binnenband, welke ik nog gratis kreeg ook, en ja het was echt een Nederlander !

De afdaling is bochtig en smal, veel kiezel ook, we zijn voorzichtig en zeker met de gedachte dat mijn achterband slecht gezind is vandaag. Net voor we terug omhoog gaan op de laatste klim van vandaag, de Col de Richemond, staat het busje met de bevoorrading. We zien Jan Schuttert nog even, hij is zo’n beetje diegene die meestal in onze buurt fiets. Hij klimt iets sneller, maar dalen is niet zijn specialiteit, dus wel halen hem meestal terug in, maar niet vandaag. Ik krijg van Ad, die de bevoorrading doet, nog een extra binnenband, met twee stuks ben ik nu weer iets geruster. Terug 9 km klimmen nu, al is dit niet zo lastig, de col is van 3de categorie. We klimmen vandaag in totaal ongeveer 3000 hoogtemeters, vergelijkbaar met de zware etappe in de Jura eerder in deze Tous. Eens op de top is’t nog 15 km dalen, hier is het wegdek nat, we zijn aan een regenbui ontsnapt blijkbaar. Net voor we het centrum van de stad binnenrijden WEER een leeglopende band achteraan ! Het is maar een heel klein gaatje want we redden het net tot aan de bus waar we als laatste aankomen vandaag, mét ons rode jasje aan, een rode lantaarn waardig. Wat een baaldag vandaag. Op dit moment zitten we op de bus voor 120 km naar Albertville, naar ons volgende hotel.

Benieuwd naar meer?